Het begon heel onschuldig op de basisschool. Steeds kleine dingen, zoals je niet mee laten spelen, over je roddelen, je ‘per ongeluk’ duwen, uitschelden etc. Het ergste van dat alles was dat mijn beste vriendin begon met dit soort dingen en ik tot op vandaag niet weet wat er gebeurd is, waarom zij opeens omsloeg van ‘beste vriendin’ in degene die deze onnozele grapjes begon. Hoe vaak ik wel niet mijn fietsensleutel moest zoeken en mijn handschoenen uit de vuilnisbak moest vissen, ik ben de tel kwijt geraakt …
Toch heb ik deze dingen naast me neer kunnen leggen. Ik liet het over me heen komen en was er wel verdrietig om maar niet meer dan dat, het heeft me niet veranderd. Ik was er nog steeds van overtuigd dat ik slim was en mooi etc. ondanks de dingen die mijn klasgenootjes over mij zeiden.
Op de middelbare school leek het in eerste instantie goed te gaan, maar dit was helaas maar van korte duur. Al snel begonnen de pesterijen weer. Weer het uitschelden, me buitensluiten, negeren, vervelende dingen over mij zeggen (net hard genoeg dat ik het meekreeg, dat ik wist dat ze het over mij hadden), mijn spullen afpakken, propjes papier gooien in de klas, commentaar op mijn kleding, mijn spullen, mijn uiterlijk etc. etc. Uiteindelijk zorgde dit ervoor dat ik bij alles nadacht wat ik deed, zei, welke kleren ik aantrok enz. Dat ik me steeds meer in mezelf terug trok en mijn mond niet meer opendeed. Ik ging geloven wat ze zeiden: dat ik echt dom, saai, lelijk en niet de moeite waard was. Mijn zelfvertrouwen verdween als sneeuw voor de zon. Ik hoopte dat de mensen met de jaren verstandiger zouden worden en dat het op zou houden. Maar dat was niet het geval. Ik kreeg een bijnaam, steeds meer mensen gingen meedoen en de dingen die ze zeiden deden steeds meer pijn.
Toen ik ging studeren hield het eindelijk op, maar er was al genoeg ‘schade’ aangericht. Ik heb me door mijn studie heen geworsteld. Presentaties zorgden voor heel veel angst en spanning, maar ik ben ze niet uit de weg gegaan. Ook gesprekken met docenten e.d. vond ik ontzettend lastig. Ik deed het allemaal wel, maar het koste me ontzettend veel energie.
Nu zoveel jaren later zorgt het gebrek aan zelfvertrouwen, de onzekerheid, de angsten en het negatieve zelfbeeld ervoor dat ik niet naar behoren kan functioneren. Dat ik kansen laat lopen en nog steeds onvoldoende voor mezelf opkom. Nadat ik ontslagen was, viel ik in een diep gat. Ik zou eigenlijk met een psycholoog moeten gaan praten, maar de drempel is te hoog. Ik schaam me voor mijn onzekerheid en mijn directe omgeving weet niet hoeveel het me in alles belemmerd. Aangezien ik weer thuis woon, ontkom ik er niet aan om het thuis te vertellen, maar juist dat maakt van die drempel een huizenhoge hindernis. Mijn ouders hebben ook bijgedragen aan mijn onzekerheid en doen dat (onbedoeld) nog steeds, door te proberen mijn keuzes naar hun hand te zetten en keuzes dus ook af te keuren als het niet is wat zij voor ogen hadden en door kwetsende opmerkingen. Ik heb het idee dat hetgeen ik doe nooit goed genoeg is thuis, dat ik nooit goed genoeg ben, en dat doet pijn
Ik weet niet wat te doen. Ik wil wel met een psycholoog gaan praten, want alleen kom ik er niet uit en ik heb lang genoeg alleen aangemodderd, maar het aan mijn ouders vertellen is iets dat ik absoluut niet wil. Maar het is onmogelijk om dit buiten mijn ouders om te doen. Ik woon weer thuis en zij weten altijd waar ik ben, met wie, tot hoe laat, waarom etc.