ik ben gepest...
Op de basisschool is het begonnen, ik heb geen flauw idee hoe oud ik was. Ik kreeg op vroege leeftijd suikerziekte, ben altijd een vrij gevoelig kind geweest, mijn moeder heeft haar eigen problemen op mij overgedragen, daarnaast ben ik hoogbegaafd (IQ test). Een boel redenen om gepest te worden.
Op de basisshool had ik het meestal naar mijn zin, ik had goede vrienden en deed wat elk kind deed. Wedstrijdjes ver pissen, bomen klimmen, fikkie steken, slaappartijtjes. Ik had weliswaar suikerziekte maar daar had ik maar sporadisch last van. Het enigste verschil met de rest van de klas was vermoedelijk mijn leergierigheid en moeder die mij enorm betuttelde. Als ik op kampen ging (diabeteskampen) werd ik al wel gepest, ik kon niet goed tegen een nieuwe omgevingen omdat ik dat eng vond, ik zou kunnen zeggen dat mijn moeder gewoon te beschermend was en mij liever niet te veel op avontuur stuurde, daar kwam die angst vermoedelijk vandaan.
Ergens ging het mis, ik werd een keertje gepest maar beet op zich wel van mij af. Mijn moeder ging volledig berserk. De school werd opgebeld, ik werd thuisgehouden en leraren werden uitgescholden (niet volledig onterecht). Ik kan me er niet veel van herinneren, dat is ook wel logisch ik werd nog niet zo erg gepest toen.
Mijn moeder praatte extreem veel op mij in, ging vriendjes uitzoeken waar ik mee moest spelen. Vaak kon ik het niet vinden met die kinderen (en ze werden zelf ook gepest). Ik begreep het zelf niet zo goed, het was toch niet zo erg? En dat was het ook niet, maar toch... Mijn moeder praatte elke dag met mij urenlang over zelfvertrouwen, hoe erg ik het wel niet had, dat ik gewoon terug moest slaan en flink moest zijn. Ze begreep er helemaal niks van... er was simpelweg niet zoveel aan de hand.
Maar dit veranderde over de periode waarin zij zich intensief met het gepest ging bemoeien en belangrijker, met mij. Ik voelde me na een paar jaar echt machteloos en surprise, surprise ik werd binnen no time gepest. Ik vraag me nog steeds af of dit komt door het geregel van mijn moeder...?
Het is een beetje een wazige vlek, af en toe doemen beelden op van kinderen die schelden of mij als ik een lage bloedsuiker had in elkaar sloegen, waarna mijn broertje zo'n gast tegen een boom aanramt, en ik een beetje wazig op de grond lig. Misschien was dat wel mijn suikerziekte ik weet het niet, het is zo onduidelijk.
Dit boeide mij eigenlijk niet, wat er is gebeurd, want ik dacht dat het geen rol meer zou spelen in mijn leven toen ik naar de middelbare school ging, maar ik had er niet verder naast kunnen zitten...
Op de middelbare school wist ik niet wat ik moest doen, ik had, zonder mij dat te beseffen, totaal geen eigenwaarde meer en door de isolatie in de voorgaande jaren en een verhuizing gedroeg ik mij nogal bizar in de klas. Ook hier zullen de suikerziekte en de hormonen hebben opgespeeld. Ik hield iedereen op een afstand door gek, vreemd of bot te doen. Zolang ze maar niet zagen hoe bang ik voor ze was. Dit hield ik een tijd vol, een tijd waarin ik buiten de school een paar zeer goede vrienden kreeg, maar op school zoveel mogelijk afstand bewaarde.
In de derde klas moest ik doubleren, mijn cijfers waren extreem laag (en ironisch genoeg juist de vakken waar ik in uitblonk in de jaren erna), mijn afdelingsleider probeerde tot mij door te dringen maar ondertussen had ik een gigantische muur opgeworpen, ik kapte zelfs mijn goede vriendschappen af en stortte mij op het gamen. Mijn ouders zaten ook nog is op mijn nek en vooral mijn moeder... Ze ging maar door, dat er iets mis was, ik wilde niet luisteren...
Het jaar dat ik bleef zitten heb ik een supergoede vriendin gemaakt, echt een fantastische meid! Wel werd ik dat jaar flink gepest, ik gedroeg me kalm en rustig en was erg stil. Op de één of andere manier werd dat niet gepikt. Er waren aanvankelijk zat mensen die toenadering zochten maar ik hield ze op de een of andere manier op afstand, ik weet niet eens meer of dit bewust was, ik denk het niet.
Na dat jaar wisselde ik van school, niet eens omdat ik gepest werd, maar simpelweg omdat ik... Ja, waarom eigenlijk? Misschien onbewust toch omdat ik daar al zo lang alleen liep.
De nieuwe school was een hel, dit was het vierde jaar. Het was geen hel omdat ik nog gepest werd, maar omdat ik diepe wonden had opgelopen over mijn leven. Ik werd volwassen, maar wilde niet. Ik sprak niemand uit de klas tot er een ielig ventje naast me kwam zitten.
Tot dan toe heb ik jaren en jarenlang geen geluk meer gekend, dat klinkt dramatisch, maar ik zonderde me zo af dat het verdovende gevoel van alleen zijn vergroeid was met wie ik toen ben geworden. Ik was een lege huls, echt leeg, ook dat is een wazige vlek, dat kan komen door de ontregelde diabetes of wat dan ook, ik hoef het ook niet te weten.
Ik maakte ook hier een vriend, ook een heel goede vriend, een beetje een nerd (ielig) zoals ik. Via hem kwam ik in een groepje terecht, daarin werd veel over elkaar geroddeld. Er was wel iets mis met iedereen, ook hem en mij. Ik was een achternaloper en hij ook. Aan het einde van de vierde klas heb ik een goed gesprek met hem gehad en hebben we samen besloten die vage gasten te laten voor wat ze zijn. We waren allebei verraden.
Het vijfde jaar kwam, maar voor het vijfde jaar gebeurde iets opmerkelijks, ik ontmoette op de bus van mijn jongerenreis een meisje, Julia, toen een nietszeggende naam en iemand die ik net als alle andere ver weg probeerde te houden. Maar ik werd verliefd, echt stapelverliefd, op de meest clichématige manier mogelijk, met een goed gesprek en overzicht over een Italiaanse stad, bij zonsondergang. Eén van de momenten in mijn leven die ik enorm koester.
Zoals sommige zullen weten zorgt het gebruik van cocaïne voor een meer open en sociale persoonlijkheid, en zoals sommige zullen weten is dat hetzelfde effect als verliefd zijn. Ik maakte een hele rits vrienden op vakantie en zette dit voort na de vakantie, minder succesvol weliswaar.
Het vijfde jaar ging erg goed, hoewel ik uit mijn oude vriendenkringetje verontrustend nieuws hoorde. Ik zou nog steeds een achternaloper zijn en hoorde vreemde roddels over mijzelf. Ik schrok van de roddels en de vriendschappen die langzaam opbloeiden liet ik vallen. Degene die roddelden moet ik nu nog steeds naar raden, ik vermoed dat het de 'vage gasten' waren (waar ik mee optrok). Ik trok mij terug in de mediatheek en liep inderdaad achter niemand meer aan.
De telefoon ging en ik vermaakte me kostelijk, er was een knap meisje op TV met een soortgelijk uiterlijk als mijn vriendin, ze heette Jullia, maar dan met twee ll'en. Mijn moeder wierp een blik om de hoek en ik hoorde mijn vriendin. Ze huilde en ze wilde niet stoppen. Ik praatte met haar en ze begon over het feit dat het niet goed gaat tussen ons, dat onze relatie niet meer goed loopt. Ik woon te ver weg. Tijdens mijn relatie was ik al zwaar verdoofd, ik heb de pijn of in ieder geval de achteruit gang niet opgemerkt, ik was namelijk nog stapelverliefd. Ik viel zo diep, ik spijbelde van school waar ik al bijna nooit meer was. De angst beheersde mijn leven weer. En in mijn hoofd heerste een slagveld waar elk positif element aan stukken werd gereten door de negatieve maalstroom.
Het duurde bijna 4 maanden, ik was dood. Ongelofelijk uitgestorven, het gegame waar ik me mee vermaakte was leeg en mijn baan ging moeizaam. Maar er was veel begrip op mijn werk, dat verbaasde mij.
Dat jaar bleef ik bijna zitten, want mijn cijfers waren van beste van de klas naar slechste van de school gekelderd. Ik werd wakker, voor het eerst op die lange weg, het besef dat er iets mis zat drong tot mij door. Ik had nu precies één week om mijn schooljaar te redden, en ik slaagde met de beste cijfers van de klas (dan heb ik het over de laatste cijfers in die periode), ik was trots en begon mijn eer te herstellen.
In 6 VWO strompelde ik de eerste maanden nog wat rond, wat moest ik doen? Wat kon er toch met mij aan de hand zijn? Waarom voelde ik me altijd zo verlaten en bang? Ik was gek! Autistisch! Schizofreen! Ongeneeslijk ziek!
Niets van dat alles toen ik de psycholoog sprak. Mijn diabetes was ontregeld dus dat moest ik als eerste is oplossen. Daarna vertelde ik hem wat ik dacht als ik andere mensen zag, dat ik vaak wegvluchtte. Zijn diagnose was simpel: Sociale fobie en een verschrikkelijk ongeregeld leven. Ik was verrast en erg opgelucht. Het viel wel mee.
Dit jaar maakte ik voor het eerst vrienden met de mensen met wie ik dat wilde. Er is misschien niet zoveel van gekomen nog, maar ik heb toch de pornocollectie van deze vrienden mogen inkijken en kon meedoen met hun supercoole speciale handshake
Het eind naderde en ik zou examens krijgen, daar keek ik niet naar uit. Ik spijbelde al jaren, was de afgelopen vier jaar eigenlijk maar een paar lessen op school geweest, gelukkig stond ik er wel redelijk voor.
De examens kwamen en waren zo weer voorbij, het viel eigenlijk wel mee. Ik heb het vermoedelijk gehaald. Weer een kleine overwinning ondanks al die tegenslagen.
Bij de psycholoog heb ik toen veel gesproken en kwam erachter dat het gepest van vroeger een enorme invloed heeft gehad op mijn leven. Het leek achter me, maar helaas, door dat gepest had ik geen zelfvertrouwen meer en was ik nu angstig voor nieuwe contacten. Plots zie je de wereld dan, wat je hebt gemist. Feestjes, uitgaan, ik stond er nooit bij stil. Als twee gozers het dan hebben over hoe zij hun dronken vriendinnen over de stoep naar huis sleurden of hoe ze die prullenbak in de speeltuin hebben opgeblazen met een supervlinder. Dan voel je je toch verschrikkelijk jaloers. Dan word ik nostalgisch en denk terug aan toen ik klein was, toen ik dat ook deed, en dat mijn moeder dan overstuur raakte en sprak over stunten met vuurwerk. Het gevoel wat ik daarbij krijg is dat van een onstilbaar verlangen, het verlangen naar een nieuw avontuur en vrijheid.
Het is vreemd dat pesten zulke onopgemerkt diepe wonden door je leven kan trekken, dat de gevolgen nog voelbaar zijn en als parasieten door je hoofd kronkelen.
Ik zal volgend jaar waarschijnlijk studeren, daar kijk ik naar uit. Ik heb erg positieve verhalen gehoord van een vriendin daar, wederom een fantastische meid, ook gepest maar als je haar nu ziet zou je dat niet zeggen. Misschien kan ik mezelf op de universiteit wel vinden.
Ik denk dat het wel goed komt, maar dan moet ik het wel een plaats geven, ik denk dat hier een mooi plekje is, zodat iemand zich erin kan herkennen of misschien beseft waar hij staat. Misschien dat jij er dan wel wat vroeger bij kan zijn zodat je niet hoeft te luisteren hoe de rest zich vermaakte afgelopen weekend of ontdekt dat alles wat je van jezelf dacht gebaseerd is op de leugenachtige werking van je geest. Het is maar schijn dat je niks waard bent, dat is een gelogen.
Helaas heb ik vakantie en knaagt het verleden aan me, ik wil weg, maar naar buiten durf ik niet. Het wordt een lange en eenzame vakantie. Ik ben woedend dat ik het geloof ben verloren in mezelf. Dat wens je niemand toe. Ik ben woedend op de mensen die roddelden over mij (misschien zelfs nu nog), over de mensen die mij hebben bedreigd en gepest. Nu weet ik gelukkig dat het meer over hen zegt dan over mij, dat probeer ik oprecht te geloven...